WERKSESSIE AANSLUITING VO - HBO 

In de werksessie in maart 2022 gaan we met elkaar in gesprek over de persoonlijke inzichten over leerlingen in het vo/mbo. Er wordt inhoudelijk gewerkt aan drijfveren en denkstijlen van leerlingen en studenten, die het mogelijk maken om studenten een betere aansluiting te laten vinden in het Hbo. Er zal gediscussieerd worden aan de hand van enkele stellingen en uiteraard is er ruimte om open een dialoog aan te gaan.

In de werksessie komt het talentassessment aan bod, een assessment waarmee het mogelijk wordt inzicht te krijgen in drijfveren en denkstijlen van studenten en medewerkers. Doordat studenten en medewerkers via het assessment een wetenschappelijke onderbouwing krijgen, krijgen ze zicht op voorkeursstijlen, passie en aanleg. Zo kan de stap naar een duurzame verbinding en aansluiting in de opleiding gevonden worden. Per werksessie geven we één deelnemer aan de werksessie de kans om kosteloos een assessment te maken gekoppeld aan een coachgesprek. 


STUDIE INTRODUCTIE
In de workshop van dinsdag 8 maart is uitgebreid gesproken over een Studie Introductie voor studenten. Een introductie gericht op een succesvolle aansluiting na het Vo of Mbo. De Studie Introductie laat studenten kennismaken met alle praktische zaken van hun studie bij de Hogeschool Rotterdam en is tegelijkertijd uiteraard een kennismakingsactiviteit met studiegenoten en medewerkers.

Wat komt aan bod in een Studie Introductie?
De Studie Introductie laat een student kennismaken met alle praktische zaken van een studie aan Hogeschool Rotterdam, en is tegelijkertijd een introductie-activiteit gericht op het succesvol starten en duurzaam volgen van hun opleiding. Tijdens de eerste vijf dagen bereiden medewerkers van Hogeschool Rotterdam de studenten volledig voor om een goede start te maken.

De faculteit waartoe elke opleiding behoort organiseert deze introductie met onder andere:
-Een uitgebreide toelichting op de opleiding en de faculteit waar deze deel van uitmaakt.
-Belangrijke informatie over het curriculum van je opleiding
-De mogelijkheid om je klas en medestudenten te leren kennen
-Een tour door de opleiding (met digitale opdrachten en stimulerend, passend bij deze tijd)
-Ruimte voor aanbod en noodzakelijke executieve functies
-Uitgebreide instructie gericht op de digitale campus van studenten
-Duidelijke uitleg van verwachtingen van de student
-De wijze waarop daar in het eerste 1,5 jaar op wordt toegezien op realisatie van studiedoelen
-Kennismaken met en werken aan/in een studiecentrum waarin studenten gestructureerd kunnen werken en worden begeleid tot zelfstandig werkende studenten
-Pedagogische projecten om nader kennis te maken met de docenten/coaches
-Afname van Talentenassessment gericht op drijfveren en denkstijlen
-coachgesprek op basis van uitkomsten assessmentrapport

Wellicht verrassend, maar neem ook gerust de ouders een dagdeel mee in de introductie. Zeker in de opstartfase van een nieuwe start op het Hbo kan de controle en begeleiding van ouders de student helpen. De studenten komen net op eigen benen te staan, zijn altijd veel begeleiding gewend en moeten nu op eigen benen leren staan. Leren gebeurt niet alleen tijdens een college, maar zeker ook in de privésituatie is het handig dat ouders in de eerste fase ondersteuning te kunnen bieden. Zeker wanneer ouders weten waarin ze kunnen ondersteunen kan dit succesvol werken. 

Via Micha Onderwijs & Adviesbureau denkt graag mee met de invulling van een praktisch programma, en ondersteunt graag trajecten rondom het persoonlijk assessment van studenten in hun starttraject op het Hbo.

FEITEN OVER DE HAVO EN DE AANSLUITING OP HET HBO

1. 23% van de 15-jarigen volgt havo-onderwijs in 2016/2017.
2. Er volgen meer meisjes (51,2%) dan jongens (48,8%) havo-onderwijs.
3. Een natuurprofiel wordt door 42% en een maatschappijprofiel door 58% van de havisten gevolgd.
4. 13% van de havisten heeft een niet-westerse migratie achtergrond.
5. De havo heeft het laagste percentage (91%) met voldoende onderwijsresultaten volgens de inspectienorm van alle schoolsoorten.
6. De havo heeft het laagste percentage (87%) met een bovenbouwsnelheid boven de inspectienorm van alle schoolsoorten.
7. De havo heeft het laagste percentage (84%) met een gemiddeld centraal examencijfer boven de inspectienorm van alle schoolsoorten.
8. De havo heeft het laagste slagingspercentage (87%) van alle schoolsoorten.
9. De havo heeft het grootste percentage zittenblijvers. Zittenblijven in het voorexamenjaar: 4 havo, 3 vmbo en 5 vwo: 13%, 6% en 9%. Voor niet westerse achtergrond is dat: 15%, 8% en 12%.
10. Het slagingspercentage voor havisten met een niet westerse migratie achtergrond (2de generatie) is 10% lager dan havisten zonder migratie achtergrond (79% versus 89%).
11. De havo kent het grootste percentage onvoldoendes voor Nederlands van alle avo-afdelingen in 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.
12. De havo heeft de afgelopen vijf jaar (2013-2017) 3% meer onvoldoendes voor wiskunde, namelijk 14%, dan de vwo-afdeling (waar wiskunde verplicht is).
13. 2 van 5 havisten in 4 havo nemen onvertraagd plaats in 2 hbo.
14. Zittenblijven in 4 havo of zakken in 5 havo, of een tussenjaar na 5 havo, verlaagt het studiesucces op het hbo. Leeftijd (“rijping”) lijkt dus geen rol te spelen.
15. De ‘onvertraagden’ van havo 4 naar hbo 2 doen het zowel bij de overgang van havo naar hbo als in het vervolg van het hbo het beste. Voor hen geldt echter dat niet meer dan 14% het gehele traject van bovenbouw havo t/m hbo in de beoogde zes jaar voltooit.
16. 54% van studenten in het bachelor hbo heeft een havo vooropleiding. 30% heeft een mbo-opleiding.
17. Het percentage uitval in het eerste jaar in de hbo-bachelor opleiding is voor het cohort dat in 2015 is begonnen 15%. (Voor een wo bachelor is dat 6%.)

18. Ouders met een mbo2 opleiding: uitval 18%.
Ouders met een wo/hbo-bachelor: uitval 13%.
Ouders met een laag inkomen: uitval 16%.
Ouders met een hoog inkomen: uitval 13%. In het wo zijn deze verschillen kleiner.
19. Opleidingsswitch in het eerste jaar hbo is 20,1%
20. Opleidingsswitch in het eerste jaar is voor lagere-inkomensgroepen 27% en voor de hogere-inkomensgroepen 20%.
21. Hbo studenten vanuit de lagere-inkomensgroepen wisselen vaker van opleiding dan studenten uit de hogere-inkomensgroepen. Switch lijkt in het hbo meer samen te gaan met inkomensachtergrond dan met opleidingsachtergrond.
22. Na vijf jaar heeft 59,2% een hbo-diploma.
23. Hbo-diploma na 5 jaar: 45% (laag inkomen) en 61% (hoog inkomen).
24. 75,7% van de studenten is tevreden over de hbo-bachelor opleiding.
*bron havoplatform.nl